Aantekeningen

Tijdreis door de geschiedenis van families

Aantekeningen


Treffers 51 t/m 100 van 614

      «Vorige 1 2 3 4 5 6 ... 13» Volgende»

 #   Aantekeningen   Verbonden met 
51 Achternaam genomen vanaf spelling van die van vader in Doopboek Eibergen 1771 - 1812 Wanssink, Aaltjen (I5217)
 
52 Achternaam kan ook Grijzen geweest zijn Griesen, Maria (I806)
 
53 Achternaam kan ook Humpe zijn. Hampe, Johanna Gesina (I4009)
 
54 Achternaam kan ook Venus geweest zijn. Venis, Antonia Petronella Margaretha (I3417)
 
55 achternaam later Grevers Deunk, Geert (I3937)
 
56 Achternaam later Ribbink Pottebacker, Filip (I3916)
 
57 Achternaam ook Bargerbos Stottelers, Leide (I4181)
 
58 Achternaam ook: Bekerink ten Harkel, Gerrit Jan (I4065)
 
59 Achternaam ook: te Stroot of ter Stroeter te Stroete, Garrijt Jan (I4141)
 
60 Achternaam Soorman twijfelachtig Dirks Soorman, Anna (I462)
 
61 Achternaam volgens das Liberale Gifte Woold. In huwelijksacte van zoon Gerrit Jan wordt achternaam als Nijenmolen gespeld Nijmolen, Anthonij (I3950)
 
62 Achternaam volgens informatie uit das Liberale Gifte Woold. In huwelijksacte wordt achternaam als Nijenmolen geschreven Nieuwmole, Garrit Jan (I3954)
 
63 Achternaam: te Herkel. Woont te Zutphen na 1702, wordt burger op 12 mei 1705, wonende in Borculo Herkel, Roelof te (I1248)
 
64 Tenminste nog n levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Gezin F616
 
65 Address in the 1980s: 413 W. 11 St., Kennewick, Wash. 99336 Terhark, William (I3342)
 
66 adm. Sf. Tegowangi (Kediri), dir. Dept. van Landbouw in Ned.-Indië, lid tweede kamer de St.-Gen., curator Landbouw Hogeschool te Wageningen. Mulder, Joannes Sibinga (I5609)
 
67 Afkomstig uit Winterswijk Ratum Simmelink, Hendrik Jan (I5392)
 
68 Afkomstig uit: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 1973-1974, pag. 166-174.


HAJO HENDRIK ZWAGER

Hillegom 9 december 1926 -- Amsterdam 1 november 1973


Woensdagavond 31 oktober 1973 reisden Hajo Zwager en de samensteller van dit levensbericht terug van Rotterdam naar Amsterdam na afloop van hun lessen MO-geschiedenis aan de Nutsacademie voor Pedagogische en Maatschappelijke Vorming. Te Haarlem stapte Zwager over in de stoptrein naar Sloterdijk en zoals gewoonlijk waren zijn afscheidswoorden: 'Tot over veertien dagen.' Het heeft niet mogen zijn, diezelfde nacht overleed Hajo zwager op zesenveertigjarige leeftijd aan de gevolgen van de hartziekte, waarvan hij maar al te goed wist dat deze hem vroeger of later noodlottig zou worden.

Hajo Hendrik Zwager werd geboren te Hillegom op 9 december 1926 als enig kind van Jan Gezienus Zwager, belastingambtenaar, en van Noomke ter Hark. Zijn eerste levensjaren bracht hij door te Hillegom en het naburige Lisse, doch op zevenjarige leeftijd verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij tot aan zijn dood zou blijven wonen. Hij doorliep het Vossius-gymnasium, waar hij in 1944 het A-diploma verwierf. Vanwege de oorlogsomstandigheden bleef hij nog een jaar op school in de B-afdeling, waarvan hij het einddiploma kreeg zonder hiervoor examen te hebben gedaan. Vanaf de derde klasse had hij als leraar geschiedenis drs.B.W.Schaper, die de door de bezetter ontslagen dr.J. Presser verving. Sedert zijn jongensjaren koesterde Zwager grote belangstelling voor de geschiedenis en het stond dan ook al vroeg vast, dat de historie zijn studievak zou worden. Met zijn leermeester bleef hij zijn gehele verdere leven bevriend; hij verving hem tijdens zijn studieverlof in de cursus 1950-'51 aan het Vossiusgymnasium, was paranimf bij zijn promotie in 1953 en wijdde nog in 1973 een artikel aan de vroegere leermeester bij diens afscheid als hoogleraar te Leiden. Schaper schreef mij dat Hajo een kritische snuiter was die nogal eens indringende vragen kon stellen, zonder dat de leraar zich hierdoor in enig opzicht gegriefd hoefde te voelen. Reeds als gymnasiast toonde hij zijn grote liefde voor de achttiende eeuw; hij kende de Spectator, was vertrouwd met Justus van Effen en schreef toen al versjes in de trant van die tijd, die volgens Schaper 'nauwelijks van de prototypes waren te onderscheiden.' Waarschijnlijk dateert uit zijn schooljaren ook de interesse voor antieke munten die hem zijn verdere leven zou bijblijven.

In 1945 begon hij met zijn geschiedenisstudie aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn voornaamste leermeester was prof.J.M.Romein, die hij hogelijk eerde, al stond hij bepaald niet kritiekloos tegenover hem. In zijn studententijd was hij geen lid van een der grote gezelligheidsverenigingen, wel ontplooide hij zijn activiteiten als bestuurslid van de vereniging van Amsterdamse historische studenten KLEIO, als redacteur van Propria Cures (1948- 1950) en als lid van de AUTHikatiecommissie van de Civitas Academica. Tot zijn goede vrienden onder zijn medestudenten behoorden P. Schraa en R.F. Roegholt, de laatste eveneens redacteur van PC. In april 1950 legde hij het doctoraalexamen af, waarbij hij ook de onderwijsbevoegdheid voor Nederlands en staatsinrichting verwierf. In de cursus 1950-'51 was hij werkzaam als tijdelijk leraar aan het Amsterdamse Vossiusgymnasium en het 1e Vrijzinnig Christelijk Lyceum te Den Haag. In september 1951 werd hij docent aan het Coornhert-lyceum (thans Coornhert-scholengemeenschap) te Haarlem, de school waaraan hij tot aan zijn overlijden verbonden zou blijven.

Zwager was een begenadigd leraar, hierover bestaat een communis opinio bij leerlingen, oud-leerlingen en collega's. Zijn leerlingen hadden een groot respect voor hem en vooral in de hogere klassen voelden ze zijn wetenschappelijke spitsheid bijzonder goed aan. Zwager was een voortreffelijk verteller die uit de overvloed van zijn literatuurkennis altijd interessante, illustratieve details kon geven, zonder hierbij ooit goedkope successen na te streven. Hij stelde zware eisen aan zijn leerlingen, die dit zonder enig morren aanvaardden. Toch had hij ook een groot geduld met de minder begaafden onder hen, hij trainde ze uitvoerig voor het examen, hetgeen overigens niet inhield het reproduceren van ingestudeerde lesjes. Zwager verzette zich met hand en tand tegen hetgeen hij als de uitholling van het geschiedenisonderwijs beschouwde; toch was hij bepaald niet afkerig van vernieuwing, zolang die geen aantasting van de overgeleverde waarden betekende. Toen de democratisering op het Coornhert-lyceum doordrong, wist Zwager in de storm staande te blijven door zijn intelligente, zakelijke en geestige benadering van de modieuze en extreme denkbeelden. Zijn leerlingen beschouwden hem dan ook niet als conservatief of rechts, zelfs niet diegenen onder hen die bewust links-geëngageerd waren.

Hoewel Zwager als man van de wetenschap vooral bij de leerlingen in de hogere klassen in de smaak viel hield dit niet in, dat hij in de lagere klassen over de hoofden der kinderen heenpraatte. Ook hier wist hij de geschiedenis op een eenvoudige en heldere manier uiteen te zetten zonder zich ooit schuldig te maken aan oversimplificatie.

Een belangrijke taak vervulde hij in het verenigingsleven van de school. Als adviseur van de schoolvereniging verzette hij veel werk, grote moeite gaf hij zich voor organisatorische en voor persoonlijke problemen, waarbij hij nooit de indruk wekte zijn opvattingen aan de leerlingen te willen opleggen. Zwager bracht vele middagen door als regisseur van het schooltoneel; hij kende het repertoire goed en hij deinsde bepaald niet terug voor moeilijke stukken. Hij stelde hoge eisen aan zijn toneelspelers en de uitvoeringen bereikten dan ook een peil dat ver uitging boven dat van het gemiddelde schooltoneel. Veel succes oogstte hij met zijn lustrumrevues, waarvoor hij teksten en liedjes schreef en bovendien de decors en attributen ontwierp.

Zwager ging goed om met zijn collega's, al had hij weinig intieme vrienden onder hen. Zijn gezag was groot, niemand zou ooit zijn kennis van zaken van en inzicht in het onderwijs in twijfel trekken. Een enkele keer kon hij in de lerarenvergadering scherp uitvallen, vooral wanneer hij pogingen tot aantasting van het niveau van het onderwijs vreesde. Overigens lag het nooit in zijn bedoeling hierbij een van zijn collega's persoonlijk te kwetsen. Het wekte geen verbazing dat de inspectie Zwager in 1961 benoemde tot lid van de staatsexamencommissie; na de drukte van eindexamens en overgang stelde hij zich gaarne voor dit belangrijke werk nog veertien dagen beschikbaar.

Na Zwager de leraar, Zwager de AUTHicist. Hij had een goed versneden pen, waarmee hij uit de volheid van zijn kennis de geschiedenis wist aantrekkelijk te maken ook voor een AUTHiek dat niet zo gemakkelijk was warm te krijgen voor Clio. In de naoorlogse jaren werkte hij mee aan Het Parool. Hij schreef hierin onder meer stukjes over historische minnaressen, die in 1958 werden gebundeld in zijn boekje Liefde en historie. Voor een grotere lezerskring waren ook bestemd zijn inleidingen bij de fotomechanische herdrukken van klassieke werken van J.Cats, I. Commelin, L. Guicciardini en I.J. Pontanus. De eerste echt 'wetenschappelijke' AUTHikatie was zijn bijdrage aan de Algemene Geschiedenis der Nederlanden over het eerste ministerie-Thorbecke.

In 1958 voltooide Zwager zijn proefschrift De motivering van het algemeen kiesrecht in West-Europa. Een historische studie. Bij de voorbereiding hiervan bewandelde hij niet altijd de wegen die zijn promotor prof.Romein had uitgestippeld, maar sloeg hij ook eigen paden in, hetgeen overigens in het geheel geen afbreuk deed aan de goede verhouding. Zwager noemde zijn boek een bijdrage tot de histoire des idees, omdat hij de term theoretisch-historisch verwierp en 'ideeënhistorisch' als een germanisme beschouwde. De promovendus had geen lichte taak op zich genomen, omdat het onderwerp eigenlijk lag in het grensgebied van geschiedenis, staatsrecht en politicologie. Als goed historicus zocht hij de wortels van het algemeen kiesrecht in het verre verleden, zelfs tot in het oude Hellas en Rome. Via onder meer de Levellers, de Amerikaanse revolutie en de Jacobijnen kwam hij bij de negentiende eeuw met haar echte kiesrechtproblematiek. Ook Nederland betrok hij in zijn onderzoek, waarbij hij de nodige aandacht besteedde aan Spinoza en de gebroeders De la Court als mogelijke grondleggers van het algemeen kiesrecht. Merkwaardig genoeg betrok hij het patriottisme maar weinig in zijn betoog om vooral het licht te laten schijnen op de negentiende en twintigste eeuw. Het zou overigens te ver voeren om binnen het kader van dit levensbericht recht te laten wedervaren aan de rijke inhoud van dit gedegen proefschrift, dat alleen al door de er in verwerkte literatuur iedere lezer zal imponeren. B.W.Schaper, opponent ter promotie, wijdde in het Tijdschrift voor Geschiedenis een uitvoerige en zeer lovende beschouwing aan deze dissertatie.1) Wel verweet hij de jonge doctor een zeker gebrek aan engagement, intellectueel ascetisme en een haast systematisch skepsis. Zwager reageerde hierop in een persoonlijke brief met onder meer de volgende woorden: 'Natuurlijk ben ik conservatief -- conservatiever geworden door het schrijven van dit boek --, al zou ik nu niet naar Ireton of Thiers teruggaan. De completering die ik aan het slot van p. 119 had kunnen geven, is ongeveer dat elke uitsluitingsgrond of beperking kwetsender en onlogischer is dan het toestaan van AK, in dit geval het behouden van AK.' En iets verder: 'Intellectueel ascetisme? Misschien. Skepsis? Zeker. Systematische skepsis? Dat geloof ik niet. In elk geval komt -- los van de beschrijving -- de houding voort uit een gebrek aan politiek enthousiasme en politieke scholing. Ik meende bij het schrijven, dat ik over dat gebrek op mijn dertigste nog niet zo erg in behoefde te zitten. Nu ben ik er niet meer zeker van. Het kan nl. in plaats van een jeugdverschijnsel ook wel een ingeworteld conservatisme zijn, dat zich -- zoals conservatisme zo graag doet -- vermomt als a-politiek.'

In de zesde stelling van zijn proefschrift kritiseerde Zwager de geringe belangstelling van de Nederlandse classici en historici voor de antieke numismatiek, die, voor zover zij bestond, dan nog in het algemeen te eenzijdig esthetisch was gericht. Dit brengt ons op de grote liefde die Zwager voor antieke munten koesterde. Hij was een groot kenner en verzamelaar; hij bezocht vele veilingen in binnen- en buitenland en hij kon met geestdrift vertellen over een geslaagde aankoop. Een van zijn beste vrienden in de kring der numismatici was dr.A.J. Bemolt van Loghum Slaterus, aan wiens veertigjarig jubileum als lid van de numismatische commissie van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap hij een van zijn laatste artikelen wijdde. Vele jaren was Zwager redacteur van De Geuzenpenning, waarin menige bijdrage van zijn hand verscheen.

Van de antieke numismatiek naar de oude geschiedenis was voor Hajo Zwager slechts één stap; hij was een van de weinige historici die ook de Oudheid volkomen beheerste. Een heel bijzondere taak vervulde hij als docent van vooral de oude geschiedenis bij de opleiding voor de akte MO-geschiedenis aan de Nutsacademie te Rotterdam (sedert 1 januari 1964). Ook hier wist hij op zijn eigen wijze de aan hem toevertrouwde studenten kennis en inzicht bij te brengen; de resultaten van zijn onderwijs waren zonder meer voortreffelijk. Al was de docentuur in de oude geschiedenis hoofdzaak, in de hogere studiejaren kon hij ook college geven over de periode van zijn eigenlijke studieterrein, de achttiende eeuw.

Zwager was een drukbezet man als docent te Haarlem en Rotterdam, maar toch zag hij kans regelmatig te studeren en de vruchten van zijn studie te AUTHiceren. Ja, hij achtte het haast een plicht die hij had te vervullen, al liet hij zich soms lichtelijk badinerend uit over zijn schrifturen. Hoewel hij te Haarlem werkzaam was, bleef hij te Amsterdam wonen bij zijn moeder, nadat zijn vader in 1956 was overleden aan de gevolgen van een hartaanval. Hajo Zwager moet hebben vermoed dat ook hem wellicht geen lang leven beschoren zou zijn; vandaar misschien de drift om te werken zolang hem dit was gegeven. Rust gunde hij zich betrekkelijk weinig, afgezien van veelal korte reizen naar Engeland, Frankrijk en Zwitserland, reizen die hij zich weer voor zijn studie ten nutte maakte.

Tot tweemaal toe sloeg hij een benoeming tot wetenschappelijk medewerker af, in de eerste plaats omdat hij zo verknocht was aan het leraarschap, in de tweede plaats omdat het werkklimaat aan de universiteiten hem zeker in de laatste jaren weinig aanlokkelijk leek.

Zijn eerste grote AUTHikatie na zijn proefschrift was Waarover spraken zij? Salons en conversatie in de achttiende eeuw (Assen 1968), waarvan het grootste deel van het negende hoofdstuk reeds eerder was afgedrukt in Spiegel Historiael. In dit boek, een beschouwing over de achttiende eeuw in cultuurhistorisch perspectief, is Zwager op zijn best. Niet alleen is het werk zoals men mocht verwachten uitnemend geschreven en gelardeerd met een keur van anekdotes, het geeft bovendien opnieuw blijk van een indrukwekkende belezenheid en verfijnde eruditie, die voor die der achttiende-eeuwse savants niet onderdoet. Zwager wist zich zo te identificeren met en in te leven in de figuren uit die tijd, dat menig historicus hierop terecht jaloers zou kunnen zijn. Het boek is eigenlijk een verzameling van een aantal losse studies die elk voor zich lezenswaard zijn, of ze nu handelen over oude salons, Madame Geoffrin, Madame du Deffand en Voltaire of de salons tussen Napels en Amsterdam. Het wekte dan ook geen verwonde- ring dat de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde in 1971 voor dit werk aan Zwager de dr.Wijnaendts Francken-prijs toekende.2)

Als lid van onze Maatschappij gaf hij blijk van zijn grote belangstelling voor haar werk. Op 3 december 1971 sprak hij in een drukbezochte maandvergadering over 'Nederland en de Verlichting, een poging tot waardering', op de jaarvergadering van 16 juni 1973 reikte hij als voorzitter van de jury de volgende dr. Wijnaendts Francken-prijs uit aan Karel van het Reve. 
Zwager, Hajo Hendrik (I3682)
 
69 After arriving in America they chose to settle in Tracy, MN, where 5 more children were born. ter Hark, Trientje (I3318)
 
70 Alfred Charles Nelson
(August 4, 1915 - March 29, 2007)

Alfred Charles Nelson
U.S. Veteran Born 8/4/1915 in Tacoma, WA and passed away surrounded by his loving family in Spanaway, WA. Alfred was a very kind and giving person who was very committed to his faith in Christ, family and community. He will be loved and missed by all who knew him.

Alfred is survived by his loving wife of 47 years Rachel; 3 sons, Spencer (Janice) Nelson, Douglas (Sharon) Nelson, Stan (Karen) Barker; daughter, Patricia Nelson; 10 grandchildren; and 14 great-grandchildren.

Funeral service will be held 11:00 AM Saturday, April 7, 2007 at Jovita Baptist Church, 1120 114th Ave. E., Edgewood, WA 98372. Viewing will be 10 to 11 prior to the service. Interment will follow services at Woodbine Cemetery in Puyallup, WA.

Arrangements by Edwards Memorial Center 253-566-1008.  
Nelson, Alfred Charles (I2215)
 
71 alias: ten Herckel ten Harkel, Jan (I1401)
 
72 Alice L. DeVries, 89, of Freeport died Tuesday, April 13, 2010, at Manor Court of Freeport.
She was born Aug. 18, 1920, in Ridott, a daughter of Fred and Alta (Chapman) TerHark. Alice married Forbes DeVries on March 22, 1960. He died Jan. 28, 2001.

Mrs. DeVries was employed by Micro Switch in the accounting department as a secretary.

A member of Park Hills Evangelical Free Church, Freeport, she was active in Women's Ministries at Park Hills. She also did volunteer work at Freeport Memorial Hospital and enjoyed knitting baby items for newborns for many years.

Mrs. DeVries is survived by her daughter, Miriam (Thomas) Vesely of Brainerd, Minn.; her brother, Maurice TerHark of Rockford; seven grandchildren, Wendell (Rose) DeVries, Delbert (Lisa) DeVries, Sheldon (Jill) DeVries, Eric DeVries, Matthew (Kathryn) Vesely, Andrew Vesely and Michael (Jennifer) Vesely.

Also surviving are 10 great-grandchildren; her brother-in-law, Leo Tielkemeier of Freeport; and her sister-in-law, Elaine TerHark.

She was preceded in death by her parents, husband, her sister and four brothers.

The funeral for Mrs. DeVries will be held at 10:30 a.m. Saturday, April 17, at Park Hills Evangelical Free Church, Freeport. The Rev. Mark Balmer, pastor, will officiate. Burial will be at Chapel Hill Memorial Gardens, Freeport.

Visitation will be from 9 a.m. Saturday until time of service at the church.

A memorial fund has been established for Park Hills Evangelical Free Church.
 
Terhark, Alice Lucile (I2942)
 
73 Als dochter aangeboden aan Johan Anthonie Hardeman toen hij op diplomatieke wijze een inlandse opstand bedwong, wat van belang was voor haar vader, een inlandse bestuurder.

Verhaal binnen de familie: ze zou overleden zijn in het kraambed.

Haar dochter (Margaretha Hardeman) kreeg later een gouden slavenarmband, onduidelijk of dat van deze vrouw afkomstig is. Geertruida (Truus) van Hasselt erfde deze armband.
Het verhaal gaat dat deze armband geschonken werd door generaal Drijber, herkomst van dit verhaal onduidelijk. 
Asmani Raden Adjeng (I143)
 
74 Alternatieve spellingen voor haar achternaam: Dijkers, Dekkers, Dikkers Dickers, Sophia Hendrica (I5026)
 
75 Tenminste nog n levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Levend (I3308)
 
76 Ander document spreekt van Sijttie Robberts, waarschijnlijk Sijtje Robbertsdochter Robberts, Fijchje (I2517)
 
77 Andere bron (minder betrouwbaar) spreekt van geboortedatum: 24 Juli 1807 van Hasselt, Jacobus (I1310)
 
78 Anecdote van Tante Truus: reisde altijd eerste klas, ondanks laag staatspensioen. Voor familie was dit altijd bijzonder Hallegraeff, Theodorus Jacobus (I917)
 
79 Anna werd dus binnen 3 maanden na huwelijk geboren. Jacob Vos heeft op begraafplaats Bellingwolde Mrt 2002 1839 als geboortejaar genoteerd. ter Harkel, Anna (I1197)
 
80 Anneke Nieuwveld schrijft (2001): Opa Nieuwveld was er één van 12 kinderen. Toen hij ter wereld kwam was hij een min mannetje (ondergewicht) maar de enige die de Spaanse griep overleefde (ik begrijp zelf de term Spaanse griep niet, want die zou vooral geheerst hebben na de eerste wereldoorlog. Zelf had ik begrepen dat alle kinderen al overleden waren tussen 1870 en 1880). Daarna geen ziektebeelden meer, zover ik weet. Hij had in Gouda een bloeiend schildersbedrijf. op zijn 50ste ging hij met pensioen. Er was in die dagen nog geen pensioenvoorziening, maar hij had kennelijk genoeg op de bank om het toch voor gezien te houden. Volgens de verhalen vond hij het niet zinnig om in Gouda te blijven ("Waar doen ze het van...") en de hele familie vertrok naar Den Haag. Er werd een huis gekocht in de Geraniumstraat (182), een huis op stand. Bram moest kennelijk zijn geld goed beleggen, want hij kocht ook nog 7 huizen op de Laan van Meerdervoort in het stuk tussen de Laan van Eik en Duinen en het Pomonaplein. in1942 of 1943 moest de familie bestaande uit mijn grootvader, grootmoeder en tante Cathrien naar elders vertrekken, het huis aan de Geraniumstraat werd gevorderd door de Duitsers. Ze vertrokken naar Culemborg en woonden daar in de Goilberdingenstraat 4. Rond de Kerstdagen kwamen ze naar Den Haag en logeerden bij tante Lien. Op Kerstochtend ging de familie naar de kerk en tijdens de dienst werd oma Nieuwveld onwel en overleed ter plaatse. Ik kan me dat nog goed herinneren, tenminste de schrik van mijn vader en moeder met kerst.
Van mijn oma herinner ik me niet veel, opa Bram was zeer duidelijk de baas in huis. Ik heb verschillende keren in Culemborg gelogeerd en ook bij oom Janus aan het Raam in Gouda. Hij had geen huisje, maar beslist een "huis"; flink groot. op zolder had oom Janus zijn bedrijf; diverse mensen werkten aan lange tafels om sigaren te maken. Er waren ook extra ramen gemaakt, leek mij heel bijzonder in die tijd.
Na de oorlog, terug uit Culemborg in Gouda kocht opa Bram zich in in het Regentenhuis; een particulier en zeer gerenommeerd bejaardenhuis (bejaardentehuizen zoals nu bestonden toen niet) . Hij kreeg daar een zeer ruime kamer en alle verzorging. Alles had hij geregeld vóór het zijn kinderen te vermelden. Ze waren zeer geschokt en ondersteboven, want de éénmalige som van f50 .000,= voor verzorging tot zijn dood was voor die dagen een ongehoorde prijs. Gelukkig heeft hij er nog jaren van kunnen genieten. 
Nieuwveld, Abraham (I2234)
 
81 Anneke Nieuwveld schrijft (2001): Tante Jo ging op haar 16e werken bij van Stockem boekhandel op de Kneuterdijk. Ze volgde de avondschool en stapte over naar de oude Haagsche (verzekeringsmaatschappij) aan de Laan van Meerdervoort. Daar werkte ze tot haar pensionering. Zoals ik er nu op terugkijk kwam de emancipatie voor haar te laat. Ze plaatste een advertentie in de krant op zoek naar een vriendin, zeer gedurfd. Ook kocht ze stiekum staatsloten. Ze woonde toen nog thuis en volgens mij waren ze Christelijk gereformeerd of Artikel 31, dus loterijen uit den boze. Ze won met 1/5 lot rond 1930 f20.000,=. Ze vertelde het wel thuis en mocht toen een nieuwe fiets kopen, de rest moest gespaard. Kort hierop is ze op haarzelf gaan wonen. Toen kwam ook tante Fie in beeld (Fie Deddens, Elandstraat Den Haag, Apotheker bij Apotheek Jonkers, Groot Hertoginnelaan). Ze hebben jaren samengewoond, de langste tijd in de Weimarstraat 388, op de benedenverdieping. Op de eerste verdieping woonde toen de freule Wttewaal van Stoetwegen. Later verhuisde de freule naar de Laan van Meerdervoort. De freule was een tante van Audrey Hepburn.
Tante Fie overleed in mei 1957 aan MS; tante Jo heeft haar tot het einde verzorgd, naast haar werk. Daarna heeft tante Jo jaren alleen gewoond op de Valkenboschlaan en de van Blankenburgstraat. Hier nam ze contact op met Lotte Kurth (een vroegere vriendin van Fie). Lotte kwam uit Berlijn naar Den Haag en ze hebben nog vele jaren samengewoond op de Reigersbergweg in Den Haag. 
Nieuwveld, Johanna (I2241)
 
82 Anneke Nieuwveld schrijft: Nooit getrouwd geweest maar volgens de verhalen wel diverse malen de kans gehad. Ik weet niet beter dan dat ze in de eerste plaats de huishouding deed in de Geraniumstraat (Den Haag) en later in Culemborg. Ze kon mooi naaien en borduren en is in Culemborg ook nog als naaister gaan werken. Ze deed dit meer om een eigen centje te verdienen en om even uit huis weg te zijn dan dat dit noodzaak was. Het was dan ook maar 2 of 3 maal week voor een paar uurtjes. Ze las veel en vooral van geschiedenis wist ze veel af. Na de oorlog gingen ze niet meer terug naar Den Haag. Opa Bram en tante Cathrien gingen terug naar Gouda . Tante Cathrien ging wonen op de Turfmarkt. Nieuwveld, Catharina (I2236)
 
83 Anthonia trouwt met haar oom. Elink Schuurman, Anthonia Gerardina (I613)
 
84 Tenminste nog n levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Levend (I3256)
 
85 Archieflocatie: Groningen.
Huwelijksacte 13 d.d. 01-06-1839 
Gezin F665
 
86 Arnold H. Terhark age 73 of Balaton, MN died Monday, February 2, 2009 at the Avera-Marshall Medical Center in Marshall, MN.Arnold "Arnie" Henry Terhark was born February 14, 1935 to Henry and Florence (Jorgensen) Terhark on a farm north of Balaton, MN. He attended country school and as a young boy moved with his family to a farm south of Balaton in Murray County. He was baptized and confirmed in the Balaton Methodist Church. When Arnie was 14 he moved into Balaton to live with his Grandmother and attended Balaton Public Schools, graduating from Balaton High School in 1953. After graduating he went to work for Miller Chevrolet in Balaton for a couple years before being drafted into the U. S. Army in 1956.

On July 19, 1957 Arnie married June Wendorf at the Tracy Lutheran Church and they made their home on Military bases until he received his honorable discharge. They returned to live in Balaton and Arnie went to work for Miller Chev in Balaton. Then later Arnie became part owner in A&M Standard for a short time, before he purchased the business in 1972 and it became known as Arnie's Standard Station. He sold the business to his son-in-law when he retired in 2000, but it has remained Arnie's Standard to this day. In his retirement, Arnie worked part time for Cenex in Balaton in many different capacities.

Arnie was very active over the years, in his church and his community. He was a life long member of the Balaton Methodist Church, where he served on the church council, holding many different officer positions, as SPPRC chairman. He served on the Balaton City Council, Chamber of Commerce, Lions Club, Lyon County Park Board, and served on the Balaton Fire Department and Ambulance Service for over twenty years, during which he served as Fire Chief. He was a member of the Balaton American Legion, holding the position of Gaming Manager for many years. Arnie enjoyed bowling, fishing, playing cards with his family and he loved following his grandchildren in their many school activities and sporting events.

On Monday, February 2, 2009 Arnie passed away at the Avera-Marshall Medical Center in Marshall, MN at the age of 73.

Arnie is survived by his wife, June Terhark of Balaton, MN; four daughters, Kathy (Dennis) Mitchell of Garvin, MN, Debbie (Kevin) Stibbe of Balaton, MN, Becky Johnson of Balaton, MN and Sherry (Mike) Carter of Marshall, MN; seven grandchildren, Kyle and Chad Stibbe, Josh and Katie Carter, Justin and Jordan Johnson and Nick Mitchell; one brother, Jerry (Beth) Terhark of Tyler, MN; four sisters, Mary Carlson of Rushford, MN, Betty Olthoff of Sioux Falls, SD, Carol Fielder of Tuttle, OK and Barbara (Chuck) Dokka of Oakdale, MN; one sister-in-law, Kathy Terhark of Amery, WI; many nieces, nephews, cousins and a host of friends.

His parents, one brother, Jim, one sister and her husband, Shirley and Paul Nelson and two brother-in-laws, Wesley Carlson and Chuck Fielder preceded him in death.  
Terhark, Arnold Henry (I2957)
 
87 Arriveerde op Ellis Island uit Rotterdam met de SS Rijndam Bakker, Harm (I155)
 
88 Assistent Resident van Sidajoe (Soerabaja) Muntendam, Cornelis (I5632)
 
89 Assistent resident, later resident in Bantam, ambtenaar van binnenlands bestuur. Werd voorgedragen tot lid van Raad van Indië, maar wees dit af vanwege familieomstandigheden. Erkende later zijn eerste kind, zonder Raden Adjeng Asmani te trouwen Hardeman, Johannes Anthonie (I1014)
 
90 At age 16 moved with his family to a farm south of Clarion, IA. At the time of his death he had 20 grandchildren and 15 great-grandchildren Terhark, Jake (I3133)
 
91 At the time of their 25th anniversary they had seven grandsons. Terhark, Alice Lucile (I2942)
 
92 Tenminste nog n levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Levend (I3628)
 
93 BB ambtenaar in Ned. Indië, personeelschef Chevron Hardeman, Johan Anthonie (I1010)
 
94 Belijdenis gedaan in 1689, wonende te Zutphen Bouwmans, Alida (I271)
 
95 Belonged to VFW, Masonic Lodge, UAW # 95 for retirees and the Scottish Rite of Freeport. At the time of his death he lived in Janesville. He had three stepsons: Randy and Robert Davis of Janesville; Brian Davis, Lima Center, Wi. Also had 12 grandchildren. Schnell, George (I2676)
 
96 Tenminste nog n levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Levend (I3839)
 
97 Tenminste nog n levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Gezin F2148
 
98 Bericht van Renate ter Hark, dochter van Jo ter Hark

Mw.Zwaantje ter Hark is niet de biologische moeder van mijn vader.
Dat is een zus van haar. Ik heb haar nooit gekend en weet niet wie ze is. Maar volgens mij werd ze Hink genoemd.
Zij heeft mijn vader afgestaan aan haar zus Zwaantje toen mijn vader pas een paar maanden oud was.
Wie mijn vaders echte vader is is een groot geheim. Dat weet niemand.
Daarom heeft mijn vader ook de naam ter Hark gekregen en niet de naam van zijn vader.
 
ter Hark, Jo (I5789)
 
99 Beroep bruidegom: docent, beroep vader bruidegom: commies. Gezin F2048
 
100 Beroep bruidegom: koopman. Gezin F369
 

      «Vorige 1 2 3 4 5 6 ... 13» Volgende»